
Gioia Smid leerde Fiep in 1983 kennen tijdens haar werkzaamheden als samenstelster van een tentoonstelling over Annie M.G. Schmidt. Bij deze tentoonstelling lag het accent op Annie Schmidts werk voor het theater, maar ook aan de boeken werd enige aandacht besteed. Om voor dit onderdeel van de tentoonstelling originele illustraties uit te zoeken kwam Gioia bij Fiep thuis.
Na de tentoonstelling hielden Fiep en Gioia contact. Toen Fiep wat hulpbehoevender werd, deed Gioia de boodschappen en werd het bezoek aan Fiep op zaterdagmiddag ingesteld. Dit bezoek, dat zonder uitzondering gepaard ging met het meebrengen van haring en makreel, zou een meer dan tien jaar durende traditie worden waar Fiep, naarmate zij ouder werd, steeds meer naar uitkeek.
Aan Gioia, van huis uit kunsthistoricus, vroeg Fiep of zij haar oeuvre in kaart wilde brengen. Fiep vond het heerlijk om haar tekeningen en vooral haar oude illustraties terug te zien. Bij bijna iedere tekening had ze een interessante opmerking. Vooral over zaken als de opbouw van de compositie of het gebruik van de kleuren, waarom zij had besloten juist deze situatie uit het verhaal af te beelden of juist volledig van de beschreven situatie af te wijken.
Het deed Fiep zichtbaar goed om op deze manier met haar werk bezig te zijn en Gioia maakte er een dag in de week voor vrij. Al snel werd duidelijk hoe uitgebreid de collectie was en ontstond het idee een tentoonstelling samen te stellen. De keuze ging uit naar de Kunsthal in Rotterdam, omdat Fiep haar opleiding aan de Rotterdamse Kunstacademie had gevolgd. De Kunsthal omarmde het idee, Gioia werd gastconservator en als openingsdatum werd 13 september 2003 vastgesteld. Fiep was alleen wel bang dat ze ‘dat niet zou halen’, maar dat lukte gelukkig wel.
Door de lange voorbereidingstijd voor de tentoonstelling kreeg Gioia de gelegenheid een beter overzicht over het werk te krijgen en een boek samen te stellen over Fieps leven en werk. Hiervoor interviewde ze Fiep veelvuldig. Door alle aandacht voor haar werk realiseerde Fiep zich dat de overdracht van en de zorg voor haar werk goed geregeld moesten worden. Daartoe nam ze gelukkig tijdig de nodige stappen.







