
In 1990 werden Annie en Fiep gevraagd het kinderboekenweekgeschenk te maken. Het zou hun laatste gezamelijke project worden.
Aanvankelijk wilde Annie een beeldverhaal maken, waarbij de illustraties deel uit zouden maken van de tekst, maar uiteindelijk kozen Fiep en Annie toch voor de oude getrouwe manier van samenwerken, namelijk een verhaal met illustraties. Jorrie en Snorrie gaat over een trein, de jubeltrein, die bijna doelwit wordt van terroristische activiteiten. Dankzij het meisje Jorrie en treinconducteur Snorrie komt alles, na een dag vol wilde avonturen, toch nog op z’n pootjes terecht.
Bij het tekenen van de trein stuitte Fiep op de moeite die ze altijd had met technische onderwerpen. Om zich te informeren ging ze naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. "Ik heb daar allerlei modellen bekeken, maar ik vond er niks aan. Treinen hebben tegenwoordig geen wielen met spaken meer en die teken ik juist zo graag. ‘Weet je wat,’ zei Annie, ‘we maken er een feesttrein van. Dan kun jij je wielen met spaken tekenen.' En zo gebeurde het," aldus Fiep in een interview. Toch was zij allerminst tevreden over het boekje. Dat had vooral te maken met de kwaliteit van het drukwerk en het papier. Ze vond dat de tekeningetjes die heel gedetailleerd en met dunne lijnen waren getekend veel te vet waren afgedrukt. Hierdoor verdween de gevoeligheid van de tekeningen. 'Als jij Fiep was, zou je ook doodongelukkig zijn. Aan Annie's teksten kon de CPNB weinig verprutsen, maar mijn illustraties zijn een vette klodder geworden,’ zei Fiep tegen een journaliste.







