Via Clara Eggink en Jan Campert had Fiep Adriaan Roland Holst en Simon Carmiggelt leren kennen en door hen kwam ze na de oorlog in Amsterdam terecht in de kring van Vrij Nederland en Het Parool. Daar kreeg ze ook al vroeg van de voorheen illegale uitgeverij De Bezige Bij opdrachten voor het illustreren van romans zoals Veuve Vesuvius van F. Bordewijk, Jane Eyre van Charlotte Brontë en De rode schoentjes van Hans Christian Andersen. Ze bewoonde een kamer op de De Lairessestraat en zat veel achter haar tekentafel. Iedere week een illustratie voor Vrij Nederland maken was een hele klus, vooral wanneer het over ernstige onderwerpen ging.
Eerste kinderboeken
In 1945 illustreerde Fiep het kinderboek Sneeuw van Henriette van Eyk. Op subtiele wijze verwerkt Fiep in blauw gedrukte lijntekeningen tussen de tekst en in de marges. Het zijn zwierige figuurtjes. In 1947 illustreerde Fiep het kinderboek Het verloren schaap met gedichten voor kinderen van Han G. Hoekstra. Ook hier vielen de illustraties op door hun zwierige lijnvoering en door hun humoristische toon, uitstekend passend bij de versjes. De samenwerking met Han G. Hoekstra was een bron van inspiratie. Fiep zou nog vaak met hem samenwerken.









